Raven Ruëll en Pitcho Womba Konga: twee dwarsliggers ten dienste van vrijheid en waarheid

De ene is een idealist met een groot hart, de andere is eerlijk, beslist en integer. De prille veertigers vormden hun passie voor het theater dankzij avant-gardistische dramaturgen zoals Peter Brook en Marie-Bernard Koltès. Dit seizoen zijn ze allebei erg aanwezig in het programma van KVS. Raven Ruëll (RR) met Para en de hernemingen van Missie en Het Leven en de Werken van Leopold II, over het koloniale verleden van België; en Pitcho Womba Konga (PWK) in Malcolm X, MAPping Brussels en Kuzikiliza, over de heropleving van het activisme en het samenleven. Twee mannen met een niet-aflatende strijdlust, die elkaar voor het eerst ontmoeten voor een interview.

Hoe ben je bij het theater aanbeland?
RR: Toen ik 16 jaar was, is mijn vader overleden. Hij was een journalist. Dat is een moment waarop je je afvraagt wat je wil worden. Hij was schrijver en ik schreef zelf al. Nadat ik ben weggestuurd van een heel streng, katholiek college, ging ik naar een kunstschool in het centrum van Brussel. Aangezien ik net een groot verlies had geleden, voelde ik de nood om te communiceren over een heel hard gegeven.
PWK: Ik heb nooit een echte relatie gehad met mijn vader. Ik was al heel snel op mezelf aangewezen en ik denk dat ik hem deels bewonderde omdat hij in die tijd een tegenstander was van Mobutu. Een van de redenen waarom ik hem heb kunnen vergeven, het achter me heb kunnen laten, is omdat ik mezelf vertelde dat hij ons tenslotte had opgeofferd voor de geschiedenis. Ik ben begonnen met kunst omdat ik echt de nood voelde om te bestaan.

Wat heeft jullie er als kunstenaars ertoe gebracht om te gaan graven naar gevoelige onderwerpen zoals
Leopold II of Lumumba?

PWK: Mijn project Kuzikiliza (Swahili voor ‘van zich laten horen’) is een onderzoek naar samenleven. Kuzikiliza stelt zich ook de vraag waarom de speech van Lumumba tot vandaag nog zo problematisch is. Vòòr het woord was er de beweging, dus voor mij is de oorspronkelijke taal die van de dans. We zijn vertrokken van het idee om de woorden van Lumumba om te zetten in gebarentaal, en ze te dansen. Beetje bij beetje is dat uitgegroeid tot een voorstelling die vele verhalen vertelt van mensen die voor de vrijheid strijden.
RR: De reden waarom ik aanvaard heb om Het Leven en de Werken van Leopold II te maken, is net omdat ons op school zo goed als niets verteld werd over Leopold II - of enkel datgene wat we op Wikipedia kunnen vinden. In een stad als Brussel vind je zijn architectuur zowat overal. Ze is alomtegenwoordig, maar ze is gemaakt met het bloed van een volk. Bovendien is de tekst geschreven door Claus. Het is duidelijk de visie van een blanke auteur. Als blanke regisseur vond ik het legitiem om deze blanke kritische visie te verdedigen.

Hoe heeft je artistieke engagement vormgekregen?
RR: Ik houd veel van de schrijver Koltès, omdat hij standpunten inneemt. Hij stelt kritische vragen bij het verleden van het land waar hij vandaan komt: Frankrijk. Dat is ook een van mijn bekommernissen. In KVS was er eveneens de wil om het koloniale verleden van België te onderzoeken. Ik wilde graag mijn capaciteiten als regisseur inzetten voor deze fascinerende onderwerpen.
PWK: Voor mij kwam de echte revelatie door de hiphopcultuur. Die heeft me gevormd, van bij het begin tot nu. Ze gaf me zin om over mijn band met België te vertellen, en over de band van mijn land Congo met België. Om te proberen een plek te vinden waar we elkaar kunnen ontmoeten. En ik denk dat we mekaar niet kunnen ontmoeten zonder over onszelf te vertellen.

Interview door Gia Abrassart
Foto's door Danny Willems